Operatie

Operatie

Elke operatie brengt een zeker risico met zich mee. Gelukkig is dit risico tegenwoordig heel klein door het gebruik van hoogwaardige diergeneesmiddelen, technieken en materialen. Ook u speelt een belangrijke rol in de voor-, en nazorg van een operatie. Door bepaalde dingen te doen, of juist niet te doen, helpt u het risico van de operatie te verminderen en kunt u het herstel bevorderen.

Houdt uw kat de avond voor de operatie binnen.
Sommige katten voelen aan dat er iets gaat gebeuren en gaan aan de wandel. Het beste is om uw kat de dag/avond voor de ingreep binnen te houden, zodat u zeker weet dat u hem/haar kunt brengen.

Uw dier moet nuchter zijn voor de operatie.
Dat betekent geen eten meer vanaf 21 uur de avond ervoor. Ook geen snoepjes of melk! Water drinken mag, maar met mate. Door de anesthesie kan de kat gaan braken en zich verslikken. Een volle maag heeft ook nadelige invloed op de bloedsomloop en de ademhaling.

Breng uw dier ”schoon” naar ons.
Dat betekent dat uw kat recentelijk ontwormd is en dat hij of zij vrij is van vlooien, maar stel niet vlak voor de operatie een wormen- of vlooienbehandeling in.  Zorg dat de huid en vacht zoveel mogelijk schoon is. Hygiëne is van levensbelang in een operatieruimte.

Vertel ons over veranderingen in de lichamelijke gesteldheid van uw huisdier sinds het laatste contact.
Heeft uw kat bijvoorbeeld voor de operatie gebraakt of diarree gehad? Bij twijfel of iets van belang kan zijn, bespreek dit altijd vantevoren.

Voorbereiding van de operatie door de dierenarts.
Voorafgaand aan de operatie zal de dierenarts uw dier volledig onderzoeken. Dan krijgt hij/zij het prikje waarvan ze gaan slapen. Hier mag u bij blijven, tenzij u hier zich niet prettig bij voelt. Wanneer uw dier rustig genoeg is, kunt u gaan. Dan wordt er begonnen aan de voorbereiding van de operatie, zoals het aanbrengen van een braunule voor een infuus.

Na de operatie

Recovery van uw dier op de praktijk
Na de operatie wordt uw dier in een verwarmde recovery ruimte gelegd waar hij/zij rustig bij kan komen en regelmatig gecontroleerd wordt. Zodra het dier goed wakker is, mag het naar huis. Bij standaardingrepen is dit dezelfde dag nog.

Eten en drinken
Uw dier mag dezelfde avond eten en drinken, maar geef de eerste keren kleine beetjes. Het komt voor dat uw dier na de operatie het eten weer uitbraakt. Wanneer dat gebeurt, geef hem/haar die dag dan niets meer. Geef eten dat hij/zij gewend is, tenzij de dierenarts andere voeding voorschrijft.

Ontlasting en urine
Ontlasting kan twee dagen op zich laten wachten maar uw dier moet op de dag van of na de operatie geplast hebben.

De wond
Afhankelijk van de ingreep wordt er in de huid gehecht of worden huidhechtingen geplaatst. Bij de meeste ingrepen wordt er intradermaal gehecht. Dit betekent dat de hechtingen niet zichtbaar zijn en dus ook niet verwijderd hoeven te worden. Bij andere operaties kan het zijn dat er huidhechtingen geplaatst worden die na een dag of tien verwijderd moeten worden. Bij het ophalen wordt dit met u besproken.

Uw dier mag niet aan de wond of hechtingen zitten! Wanneer hij/zij toch aan de hechtingen likt, bijt of krabt, kunnen de hechtingen doorscheuren. Dit kan ook bij wilde bewegingen. Houdt uw kat binnen. Voor bescherming van de wond bieden we een kap of een romper aan.

Medicijnen
Afhankelijk van de ingreep wordt er medicatie mee naar huis gegeven. Dit wordt altijd met u besproken bij het ophalen.

Wanneer moet u contact met ons opnemen?

• Als uw dier de dag na de operatie niet drinkt of eet.
• Als de operatiewond opengaat, stinkt of als er vocht of bloed uitkomt.
• Als de wond gezwollen, rood, warm of pijnlijk is.
• Als uw dier ziekteverschijnselen vertoont (suf, niet eten, braken, diarree).