Operatie

Operatie

Elke operatie brengt een zeker risico met zich mee. Gelukkig is dit risico tegenwoordig heel klein door het gebruik van hoogwaardige diergeneesmiddelen, technieken en materialen. Ook u speelt een belangrijke rol in de voor-, en nazorg van een operatie. Door bepaalde dingen te doen, of juist niet te doen, helpt u het risico van de operatie te verminderen en kunt u het herstel bevorderen.

Voor de operatie

Uw dier moet nuchter zijn voor de operatie.
Dat betekent geen eten meer vanaf 21 uur de avond ervoor. Ook geen snoepje, kluiven of melk! Water drinken mag, maar met mate. Door de anesthesie kan de hond gaan braken en zich verslikken. Een volle maag heeft ook nadelige invloed op de bloedsomloop en de ademhaling.

Laat uw dier rustig en uitgebreid uit voor u binnenkomt.
Hij/zij voelt zich beter met lege blaas en darmen. Verder kunnen een gevulde blaas en volle darmen de dierenarts tijdens buikoperaties hinderen.

Breng uw dier ”schoon” naar ons.
Dat betekent dat uw hond recentelijk ontwormd is en dat hij of zij vrij is van vlooien, maar stel niet vlak voor de operatie een wormen- of vlooienbehandeling in. Laat de hond voorafgaand aan de operatie geen zware inspanningen leveren. Laat uw hond normaal uit en laat hem/haar liever niet zwemmen, zodat de huid en vacht zoveel mogelijk schoon is. Hygiëne is van levensbelang in een operatieruimte.

Vertel ons over veranderingen in de lichamelijke gesteldheid van uw huisdier sinds het laatste contact.
Heeft uw hond bijvoorbeeld voor de operatie gebraakt of diarree gehad? Of is uw hond vlak voor de operatie loops geworden? Bij twijfel of iets van belang kan zijn, bespreek dit altijd vantevoren.

Voorbereiding van de operatie door de dierenarts.
Voorafgaand aan de operatie zal de dierenarts uw dier volledig onderzoeken. Dan krijgt hij/zij het prikje waarvan ze gaan slapen. Hier mag u bij blijven, tenzij u hier zich niet prettig bij voelt. Wanneer uw dier rustig genoeg is, kunt u gaan. Dan wordt er begonnen aan de voorbereiding van de operatie, zoals het aanbrengen van een braunule voor een infuus.

Na de operatie

Recovery van de hond op de praktijk
Na de operatie wordt de hond in een verwarmde recovery ruimte gelegd waar hij/zij rustig bij kan komen en regelmatig gecontroleerd wordt. Als de hond weer goed wakker is mag hij/zij naar huis.

Eten en drinken
De hond mag weer eten en drinken vanaf het moment dat hij volledig is ontwaakt. Geef de eerste keren kleine beetjes van zowel het water als van het voer. Het komt voor dat de hond na de operatie het eten weer uitbraakt. Wanneer dat gebeurt, geef hem/haar die dag dan niets meer. Geef eten dat uw dier gewend is, tenzij de dierenarts andere voeding voorschrijft.

Ontlasting en urine
Ontlasting kan twee dagen op zich laten wachten maar uw dier moet op de dag van of na de operatie geplast hebben.

De wond
Afhankelijk van de ingreep wordt er in de huid gehecht of worden huidhechtingen geplaatst. Bij de meeste ingrepen wordt er intradermaal gehecht. Dit betekent dat de hechtingen niet zichtbaar zijn en dus ook niet verwijderd hoeven te worden. Bij andere operaties kan het zijn dat er huidhechtingen geplaatst worden die na een dag of tien verwijderd moeten worden. Bij het ophalen wordt dit met u besproken.

Uw dier mag niet aan de wond of hechtingen zitten! Wanneer hij/zij toch aan de hechtingen likt, bijt of krabt, kunnen de hechtingen doorscheuren. Dit kan ook bij wilde bewegingen. Uw hond moet de eerste week aan de lijn uitgelaten worden en katten binnen gehouden worden.  Voor bescherming van de wond bieden we een kap of een romper aan.

Medicijnen
Afhankelijk van de ingreep wordt er medicatie mee naar huis gegeven. Dit wordt altijd met u besproken bij het ophalen.

Wanneer moet u contact met ons opnemen?

• Als uw dier de dag na de operatie niet drinkt of eet.
• Als de operatiewond opengaat, stinkt of als er vocht of bloed uitkomt.
• Als de wond gezwollen, rood, warm of pijnlijk is.
• Als uw dier ziekteverschijnselen vertoont (suf, niet eten, braken, diarree).