Cavia




Cavia

Afdeling: Cavia

De cavia (Cavia porcellus) is heel geschikt als huidier, maar wordt graag met 2 of in groep gehouden. Ze moeten voldoende ruimte hebben zodat ze voldoende kunnen bewegen. Een cavia kan op verschillende plaatsen gekocht worden zoals bij fokkers, opvanginstanties, dierenbescherming of dierenwinkel. Maar waar moet u op letten als u een cavia aanschaft en wat komt er nog bij kijken? Lees rustig onze informatie door en heeft u vragen over onderwerpen die hier niet worden besproken? Neem dan contact met ons op.

Hieronder worden de belangrijkste feitjes over de cavia genoemd.

1. Wat moet ik mijn cavia voeren?
2. Mag ik naast het voer iets extra geven?
3. Wat is de beste huisvestiging voor mijn cavia?
4. Waar kan ik mijn hok het beste neerzetten?
5. Heeft mijn cavia lichaamsbeweging nodig?
6. Kan of moet ik een andere cavia bij mijn cavia zetten?
7. Castratie beer (mannelijke cavia)
8. Huidaandoeningen
9. Wanneer moet ik met mijn cavia naar de dierenarts?

1. Wat moet ik mijn cavia voeren?

• Cavia’s zijn herbivoren (planteneters). In hun natuurlijke omgeving eten cavia’s verschillende soorten vegetatie. Ze hebben een uitgebalanceerde voeding nodig bestaande uit speciaal caviavoer en dagelijks hooi.
Héél belangrijk! Caviavoer moet vitamine C bevatten, want dit kunnen ze zelf niet aanmaken en een gebrek aan vitamine C leidt tot tandaandoeningen, bloedingen en zelfs verlamming. De dagelijkse aanbevolen hoeveelheid is 10 mg/kg per dag. Dit mag in de vorm van vitamine C tabletten gegeven worden.
Op de zak van caviavoer staat vaak dat er vitamine C in zit, maar na opening vermindert de hoeveelheid vitamine C razend snel!
Vezelrijk hooi ondersteunt een gezonde spijsvertering. De cavia heeft continu doorgroeiende tanden, voldoende vezelrijkvoeding is een belangrijke bijdrage als knaagmateriaal ter slijtage van de tanden.
• Ook groente mag gegeven worden. Laat de cavia hier eerst aan wennen en geef kleine porties! Onder andere wortel, paprika en appel mogen gegeven worden.
• Geef de cavia liefst 2 x per dag te eten, zorg dat het eerste portie op is voor ze het tweede portie krijgt, zodat ze niet alleen het lekkerste uit de voermix eten.
• Zorg dat de cavia altijd beschikt over vers water, het liefst in een drinkfles.

Let op! De tanden van een cavia groeien het hele leven door! Dit betekent dat de tanden continu
moeten slijten om hun normale vorm en lengte te behouden. Door verkeerd voedsel, te kort
aan vitamine C of een verkeerde bouw van onder- en/of bovenkaak kunnen er tandpunten
ontstaan, waardoor het eten erg pijnlijk wordt. Let daarom goed op of uw cavia nog eet en niet
vermagerd of diarree krijgt. Neem anders direct contact met ons op.

2. Mag ik naast het voer iets extra geven?

Er is niets op tegen om hem af en toe te verwennen met een of twee gezonde snacks. Verstop ze in zijn verblijf om hem zo aan te moedigen in zijn natuurlijke zoekgedrag naar voedsel.

3. Wat is de beste huisvestiging voor mijn cavia?

• Geen hoge kooi, omdat hij niet springt of klimt maar geef hem wel een ruime kooi, minimaal 90cm x 60cm en 45cm hoog.
• Verse, zachte, goed absorberende bodembedekking, zoals zaagsel of houtkorrels.
• Maak het hok regelmatig schoon. Vooral wanneer het warmer wordt om te voorkomen dat er vliegen in het hok komen want dit kan namelijk leiden tot een madenplaag bij de cavia.

4. Waar kan ik mijn hok het beste neerzetten?

Als u uw cavia buiten huisvest:
• Het hok moet beschut en niet in direct zonlicht staan. Ze zijn zeer gevoelig voor oververhitting.
• Plaats het hok op een stabiele en droge ondergrond om te voorkomen dat het hok vochtig wordt als het regent.
• Zorg er altijd voor dat het hok is afgesloten om te voorkomen dat het dier per ongeluk ontsnapt of dat er roofdieren bij kunnen.
• De cavia heeft het liefste een omgevingstemperatuur van 20-24 graden dus is het belangrijk wanneer uw cavia buiten staat dat u hem dan in de winter naar binnen haalt of hem in een schuur te plaatsen.

5. Heeft mijn cavia lichaamsbeweging nodig?

Ja! Een cavia heeft een aangeboren vrees voor open ruimtes en voelt zich op zijn gemak in een ren gevuld met speeltjes als dozen, bloempotten, afvoerpijpen en houtblokken. Foerageren, de omgeving verkennen en omgaan met u of andere cavia’s horen bij het natuurlijke gedrag van de cavia. Voorkom verveling en verstop eten op verschillende plekken waardoor uw cavia moet zoeken naar zijn voedsel.

6. Kan of moet ik een andere cavia bij mijn cavia zetten?

Uw cavia zal gezelschap heerlijk vinden, maar zorg wel voor een caviahok dat groot genoeg is voor alle cavia’s. U kunt het beste cavia’s uit hetzelfde nest bij elkaar zetten om vechten te voorkomen. Twee of meer vrouwtjes gaan prima samen. Mannetjes kunnen ook prima samen in een hok, maar ze kunnen wel onrustig worden met een vrouwtje in de buurt en zelfs gaan vechten. Cavia’s en konijnen kunnen eventueel samen gehouden worden, maar hun dieet is niet hetzelfde!

7. Castratie beer

Wist u dat cavia’s op slechts twee maanden al geslachtsrijp zijn? Dit betekent dat mannetjes en vrouwtjes vanaf 7-8 weken gescheiden moeten worden indien u geen nestje wilt. Laat de cavia’s elkaar wel zien en/of ruiken, zodat u ze na een eventuele castratie van de beer weer samen kunt zetten. Mannelijke cavia’s kunnen vanaf 4-5 maanden gecastreerd worden. Hiervoor moet de cavia onder volledige narcose. Dit gebeurt met een prikje waardoor hij wat suf wordt. Hierna blijft de cavia in slaap met gasanaesthesie. Dit is de veiligste methode voor narcose van een cavia.

8. Huidaandoeningen

Cavia’s kunnen kale plekken krijgen die al dan niet jeuken. Dit wordt vaak veroorzaakt door schimmels en/of andere parasieten. Vooral cavia’s afkomstig uit dierenwinkels hebben hier nogal eens last van. Laat uw cavia daarom altijd controleren als hij/zij kale plekken begint te krijgen.

9. Wanneer moet ik met mijn cavia naar de dierenarts?

• Wanneer uw cavia minder of met moeite eet of drinkt.
• Wanneer uw cavia zich rusteloosheid of juist lusteloos gedraagt.
• Wanneer de vacht van uw cavia er dof of vies uitziet of jeukt.
• Wanneer er een abnormale afscheiding uit de ogen, oren of neus komt.
• Wanneer het achterwerk van uw cavia nat is of bevuild is met urine of uitwerpselen.
• Wanneer de uitwerpselen een afwijkende kleur of vorm hebben of als uw cavia geen uitwerpselen meer produceert.
• Wanneer u luid tandengeknars hoort.